duurzaam verbeterd!

  • Bepaling duurzaamheid,
  • herbestemming,
  • karakteristieke gebouwen
lees verder

inleiding

De markt vraagt steeds vaker om verifieerbare uitspraken over duurzaamheid van herbestemming. Vooral bij waardevolle architectuur blijkt dit lastig. Hergebruik van bouwmaterialen is een positief aspect, maar het energiegebruik blijft meestal hoog als de voorkeur bestaat om de karakteristieke gevel te handhaven. Hoe kan de verbetering die desondanks gerealiseerd is om een gebouw energiezuiniger te maken inzichtelijk gemaakt worden?

In ons onderzoek naar een bepalingsmethode voor duurzaamheid van herbestemming van karakteristieke gebouwen is de nieuwe energieprestatie maatregelen index (EMI) gekoppeld aan de bestaande methode GPR Gebouw. Deze EMI is een bijlage bij de nieuwe norm voor de bepaling van de energieprestatie van gebouwen. De methodiek is getest op zes proefprojecten. Deze methode blijkt een goed beeld op te leveren van de inspanning die gepleegd is, of kan worden, om een gebouw met behoud van z'n karakteristieke eigenschappen energiezuiniger te maken. De methode is geschikt voor diverse functies zoals woningen, kantoren en scholen.

De vraag of herbestemming in het algemeen duurzaam is, heeft in dit onderzoek niet centraal gestaan en wordt dan ook niet beantwoord. Een selectie van zes proefprojecten is daarvoor niet voldoende. Ook zijn er grote verschillen in duurzaamheidsprestatie bij herbestemmingsprojecten onderling. Wel wordt er een methode gegeven om de duurzaamheid van een afzonderlijk herbestemmingsproject te kunnen beoordelen.

onderzoek

  • De volgende vragen staan in dit onderzoek centraal
  • Is er een manier om inzichtelijk te maken hoeveel de duurzaamheid van een gebouw door een ingreep verbeterd is?
  • Is er een manier om inzichtelijk te maken of de mogelijkheden die een gebouw biedt maximaal benut zijn?

Deze studie omvat het bepalen van de duurzaamheid van zes projecten volgens de methode van GPR Gebouw. Omdat het voor karakteristieke gebouwen lastiger is vooral energetisch hoog te scoren, zonder de karakteristieke waarden aan te tasten, is gezocht naar een methode om meer inzicht te geven in de ruimte die het gebouw biedt om energiebesparende maatregelen te treffen. Hiertoe blijkt de EMI (Energieprestatie Maatregelen Index, bijlage L van NEN 7120) een geschikte maat te zijn.

Daarnaast is het ook mogelijk om eenvoudige ingrepen te signaleren waarmee de energieprestatie verbeterd had kunnen worden. De component energie uit de GPR methode wordt ook weergegeven, omwille van de vergelijkbaarheid. Voor de componenten milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde kan de GPR methode gevolgd worden.

De EMI is een nieuw ontwikkelde maat die aangeeft hoe goed het ontwerp van de renovatie scoort ten opzichte van redelijkerwijze maximaal haalbare energetische verbeteringen, zonder aanpassing van gevel oppervlakte, glaspercentage, oriëntatie e.d. Het gebouw zelf zoals het oorspronkelijk gebouwd is, wordt als referentie gebruikt. Op deze manier is inzichtelijk te maken hoeveel maatregelen zijn getroffen om de energieprestatie te verbeteren.

Dit onderzoek is opgezet door Wessel de Jonge architecten in samenwerking met Climatic Design Consult en ondersteund door het H-team. Er is een bijdrage geleverd door: BOEi, Van Nelle Ontwerpfabriek BV, W/E adviseurs en Bierman Henket architecten.

projecten

De zes karakteristieke gebouwen waarvan in deze studie de duurzaamheid bepaald wordt, hebben verschillende soorten gevelopbouw en uiteenlopende nieuwe functies. De zes gebouwen hebben allen een monumentenstatus, maar dit is geen voorwaarde voor een karakteristiek gebouw. Onderstaand een korte toelichting per gebouw.

project

HUF gebouwRotterdam bekijk

sluit overlay afbeelding
HUF gebouw

Rotterdam

Het HUF gebouw is een open en transparant kantoorgebouw uit 1953. Op de begane grond en eerste verdieping bevinden zich winkels. De restauratie heeft in 2010 plaatsgevonden. De bovenverdiepingen zijn herontwikkeld tot hedendaagse kantoorruimten met behoud van de markante Wederopbouwarchitectuur. De karakteristieke glasgevel is behouden gebleven, inclusief de kenmerkende details van de staalprofielen. Goede klimaatbeheersing is verzekerd door dat de oorspronkelijk ontworpen buitenzonweringen alsnog geplaatst zijn.

Restauratie 2010:

Architect:

Wessel de Jonge architecten

Bouwfysische adviseur:

Climatic Design Consult

Installatieadviseur:

Ingenieursburo Linssen

Foto:

Jannes Linders

project

St. JobsveemRotterdam bekijk

sluit overlay afbeelding
St. Jobsveem

Rotterdam

In het uit 1912 daterende pakhuis zijn 109 woningen ondergebracht, de herbestemming is in 2007 afgerond. Op de begane grond zijn commerciële ruimten gerealiseerd. Om aan de daglichteisen te kunnen voldoen, is het 22 m diepe gebouw voorzien van drie grote openingen van voor- tot achtergevel. In deze 'horizontale atria' bevinden zich de lift en het trappenhuis en zijn de wanden van de aangrenzende woningen uitgevoerd in glas.

Herbestemming 2007:

Architect: samenwerkende architecten

Mei architecten en stedenbouwers en Wessel de Jonge architecten

Bouwfysische adviseur:

DGMR

Installatieadviseur:

Reuser technisch adviesbureau

Foto:

Rob Hoekstra

project

AmbachtsschoolZwolle bekijk

sluit overlay afbeelding
Ambachtsschool

Zwolle

Deze voormalige Praktische Ambachtsschool in Zwolle uit 1934 is in 2010 gerestaureerd en herbestemd tot starterswoningen en ateliers. Voor het comfort van de woningen en het bereiken van de duurzaamheidsambitie is achter de stalen gevelpuien op enige afstand een tweede gevel toegevoegd. Er kan in de spouw worden gezeten. Het oorspronkelijke gevelbeeld is zo intact gebleven en de woonruimte wordt beschermd tegen zonlicht, geluid, teveel warmte en koude. In deze studie zijn alleen de woningen op de verdiepingen beoordeeld omdat GPR Gebouw niet is ingericht voor het beoordelen van gecombineerde functies.

Herbestemming 2010:

Architect:

Bierman Henket architecten

Bouwfysische adviseur:

Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs

Installatieadviseur:

Huygen Installatie Adviseurs

Foto:

Bierman Henket architecten

project

Zeepfabriek Rohm en HaasAmersfoort bekijk

sluit overlay afbeelding
Zeepfabriek Rohm en Haas

Amersfoort

De oude zeepfabriek Rohm en Haas in Amersfoort is deels getransformeerd in kantoorfunctie en horeca. Ook is hiervoor een nieuwbouw gedeelte gerealiseerd. Het in deze studie beoordeelde bouwdeel betreft het witte gedeelte op de foto. Dit betreft een kantoorgebouw met horeca op de begane grond. Het horecagedeelte is niet beoordeeld omdat GPR Gebouw niet is ingericht voor het beoordelen van gecombineerde functies.

Herbestemming 2011:

Architect:

ZEEP architecten

Bouwfysische adviseur:

Nieman / Lars van der Kamp

Installatieadviseur:

Kuijpers installaties

Foto:

Sigrid Schaap

project

Van Nelle OntwerpfabriekRotterdam bekijk

sluit overlay afbeelding
Van Nelle Ontwerpfabriek

Rotterdam

De voormalige fabrieken van Van Nelle voor Tabak, koffie en thee, gebouwd in 1928-1931, zijn in 2001-2004 gerestaureerd en hebben inmiddels een kantoorfunctie gekregen. De enkelglas gevels konden behouden blijven door een tweede gevel toe te passen. Deze tweede gevel creëert aan de voorzijde een gangzone met een overgangsklimaat en aan de achterzijde een klimaatgevel.

Herbestemming 2001-2004:

Architect fabrieken:

Claessens Erdmann architects & designers

Coördinerend architect:

Wessel de Jonge architecten

Bouwfysische adviseur en installatieprincipes:

Climatic Design Consult

Foto:

Fas Keuzenkamp

project

Justus van Effen complexRotterdam bekijk

sluit overlay afbeelding
Justus van Effen complex

Rotterdam

Dit complex is in 1922 ontworpen voor de volkshuisvesting. Karakteristiek is de verhoogde woonstraat op de eerste verdieping. Het complex omvat 164 woningen en de restauratie is op dit moment in uitvoering. In het vooraf vastgestelde duurzaamheidsconcept staat een goed casco, met een hoog isolatieniveau en gebruik van energie uit de zon en uit de bodem centraal.

Restauratie 2011:

Architect:

Molenaar & Van Winden architecten en Hebly/Theunissen Architecten

Bouwfysische- en installatieadviseur:

W/E adviseurs

Impressie:

Onbekend

analyse

De zes onderzochte gebouwen scoren op de duurzaamheidsmaatlat van GPR Gebouw vrij hoog op de onderdelen Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Het is vooral de energiescore die relatief laag is en dan voornamelijk de score voor de energieprestatie in gebouwen zonder duurzame opwekkingsinstallaties.

Strengere eisen, zoals een EPC van onder de 0,6 voor nieuwbouw van woningen (norm per 1 januari 2011), zijn voor de zes karakteristieke gebouwen in dit onderzoek niet haalbaar zonder inzet van duurzame opwekkers. Zelfs als alle mogelijk maatregelen genomen worden, laten de karakteristieken van een gebouw dit niet toe. Dit geeft een realistisch beeld van de werkelijke situatie, maar niet van de inspanning die gepleegd is om er energetisch uit te halen wat er mogelijk is, gegeven de beperkingen die de karakteristieke eigenschappen met zich meebrengen.

EMI
Analyse van de zes gebouwen,
conform de volgende vier punten:
  • Wat was de energie prestatie van het oorspronkelijke gebouw (EPhigh)?
  • Wat is de energieprestatie van het gebouw na renovatie (EP)?
  • Wat is de redelijkerwijze maximaal haalbare (ideale) energieprestatie (EPlow)?
  • Hoe verhouden de EPlow en EPhigh zich tot de EP (EMI)?
  • HUF gebouw De EPhigh, die de energieprestatie van het oorspronkelijke gebouw aangeeft, is erg hoog. Er werd dus veel energie verbruikt. Dat kan voor een groot deel verklaard worden door het hoge percentage glas in de gevel (85%). Hierdoor is ook de energieprestatie na renovatie nog vrij hoog, maar ook de optimale energieprestatie is bij dit gebouw niet heel veel beter, vanwege het hoge percentage glas. De EMI laat hier zien dat er vrij veel van de mogelijke maatregelen genomen zijn, dat verklaart de goede score van 7,9.
  • Van Nelle Ontwerpfabriek De EPhigh is vrij hoog, vergelijkbaar met drie andere projecten in deze studie. Na renovatie is de energieprestatie ongeveer gehalveerd, maar nog steeds hoog. De optimale energieprestatie laat zien dat de energieprestatie na renovatie beter had gekund. De EMI geeft dan ook aan dat er nog vrij veel maatregelen getroffen hadden kunnen worden. Dit project dateert echter al van 1999, toen de duurzaamheidsambities nog aanzienlijk lager waren dan nu.
  • St. Jobsveem Dit gebouw scoort in oorspronkelijke toestand het best van de zes gebouwen in deze studie. Het is dan ook het oudste gebouw met de meest traditionele bouwwijze. De energieprestatie van het gebouw na renovatie is redelijk. Uit de optimale energieprestatie (EPlow) blijkt dat deze toch nog wel een stuk beter had gekund. De EMI geeft aan dat er hier een redelijk aantal mogelijke maatregelen genomen is.
  • Ambachtsschool Dit gebouw scoort in oorspronkelijke toestand redelijk. De energieprestatie van het gebouw na renovatie is vrij goed. De optimale energieprestatie laat zien dat de energieprestatie na renovatie nog iets beter had gekund. Er hadden wat extra maatregelen genomen kunnen worden, maar niet veel.
  • Rohm en Haas De EPhigh is vrij hoog, er werd dus veel energie verbruikt. De energieprestatie van het gebouw na renovatie is redelijk. Uit optimale energieprestatie (EPlow) blijkt dat deze nog wat beter had gekund. Er hadden wat extra maatregelen genomen kunnen worden, maar niet veel.
  • Justus van Effen complex De EPhigh is vrij hoog, er werd dus veel energie verbruikt. Na renovatie is de energieprestatie veel beter. Er is dus een grote energiebesparing gerealiseerd. De energieprestatie van het gebouw na renovatie inclusief zonneboiler en PV-panelen is zelfs beter dan optimale energieprestatie. Indien deze zonneboiler en PV-panelen buiten beschouwing worden gelaten scoort het project een 9,9. Dit houdt in dat vrijwel alle mogelijke energiebesparende maatregelen genomen zijn.

conclusies

De volgende hoofdvraag staat in dit onderzoek centraal:
  • Is er een manier om inzichtelijk te maken hoeveel de duurzaamheid van een gebouw door een ingreep verbeterd is?
  • Is er een manier om inzichtelijk te maken of de mogelijkheden die een gebouw biedt maximaal benut zijn?

De EMI is bedoeld als maat voor de inspanning die gepleegd is om een gebouw met z'n karakteristieke eigenschappen energiezuiniger te maken. Het cijfer 10 geeft aan dat alles is gedaan wat nu energetisch redelijkerwijze mogelijk is. De kracht van de EMI is dat bij de beoordeling van de energieprestatie het gebouw vergeleken wordt met zichzelf. De invloed van de karakteristieke eigenschappen wordt hierdoor uit de score 'gefilterd'.

De EMI blijkt in deze studie een goed beeld van de hoeveelheid getroffen maatregelen te geven. Opmerkelijk is ook dat de twee gebouwen die van start zijn gegaan met een hoge duurzaamheidsambitie een relatief hoge EMI van 9 en 9,9 hebben gerealiseerd. De duurzaamheidsambitie die voor aanvang van de ontwerpwerkzaamheden gesteld is, is van grote invloed op het eindresultaat. De EMI functioneert goed als maat voor de energiebesparende maatregelen die tijdens de renovatie genomen zijn ten opzichte van het redelijkerwijze maximaal haalbare.

De EMI lijkt ook een goede maat om projectontwikkelaars en investeerders een indruk te geven van wat er energetisch reeds aan een gebouw gedaan is en of er nog veel potentieel is voor extra maatregelen.

Aanbevelingen voor verbetering nieuwe methode
  • Beschermd stadsgezicht: 30 punten extra;
  • Gemeentelijk monument: 50 punten extra;
  • Rijksmonument: 60 punten extra.

Daarnaast zou de waardering van het onderdeel 'materiaal' binnen het onderdeel 'milieu' aangepast kunnen worden. In de voor het bepalen van de milieuprestatie te gebruiken 'Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken' is de op te geven gebouwlevensduur niet vastgelegd. Wel zijn standaardlevensduren opgenomen, voor een woning 75 en voor een kantoor 50 jaar. Een langere levensduur leidt tot een lagere milieubelasting en dus tot een hogere milieuprestatie, omdat het materiaal voor bijvoorbeeld het gebouwcasco over een langere tijd kan worden afgeschreven. Van karakteristieke gebouwen mag verondersteld worden dat ze langer dan gemiddeld meegaan. De prestatie op het thema 'Milieu' is daarom beter.

Er zou voor gekozen kunnen worden om de leeftijd van een gebouw ook naar de toekomst te projecteren. Bijvoorbeeld een kerk van 200 jaar oud heeft geen levensduurverwachting van 50 of 75 jaar, we zouden hiervoor kunnen afspreken om nog eens 200 jaar levensverwachting aan te houden. Op deze manier blijft het criterium objectief en vergelijkbaar.

Opgenomen in GPR Gebouw De EMI zal met ingang van 2012 worden geïntegreerd in GPR 4.2. Daarnaast zijn de suggesties op het gebied van punten voor monumenten en levensduur van het materiaal in overweging genomen.

download rapport

duurzaam verbeterdbepaling duurzaamheid herbestemming karakteristieke gebouwen

"In deze studie is de energieprestatie maatregelen index gekoppeld aan de bestaande methode GPR Gebouw. Deze methodiek is getest op zes proefprojecten."
download rapport
WE Adviseurs logo Van Nelle logo Nationaal Programma Herbestemming logo Boei logo